Acqua di Giò Profondo neemt de bekende aquatische signatuur van Armani en trekt die dieper de schaduw in. Alberto Morillas bouwde de geur op als aromatische fougère: zeenoten tegenover kruiden, met een minerale bodem eronder.
Van koel naar aards
Het begin is helder en sappig, met zeenoten, bergamot en groene mandarijn die de geur een citrusachtige koelte geven. Daarna wordt het droger: rozemarijn, lavendel, cipres en mastiekhars vormen een strak, bijna harsachtig middenstuk. In de nadroog komt de diepte waar de naam op doelt — minerale noten, patchoeli, amber en muskus leggen er een warme, aardse laag onder.
Fris, maar niet vluchtig
Vind je aquatische geuren doorgaans te licht of te snel verdwenen, dan is dit het tegenovergestelde. De minerale, houtachtige bodem houdt de frisheid van de opening vast in plaats van hem te laten wegtrekken, en geeft het geheel iets rokerig-koels in plaats van zeepachtigs. De eau de parfum blijft dicht op de huid liggen en verschuift daar geleidelijk van koel naar warmer en aardser.