De zilte frisheid waar Acqua di Giò om bekendstaat, maar dan donkerder en dichter op de huid. Deze parfumversie zet de vertrouwde mariene opening voort in een warme, rokerige basis — hetzelfde kustbeeld, laat op de dag.
Hoe de geur zich ontwikkelt
De opening is helder en scherp: bergamot met mariene noten, koel en wijd. Daarna komt het aromatische hart naar voren met geranium, rozemarijnextract en salie, waardoor de geur droger en kruidiger wordt. In de basis blijft patchoeli achter, aangevuld met wierook die er een rokerige, minerale gloed aan geeft.
Fris, maar niet vluchtig
Aquatische herengeuren staan erom bekend dat ze snel dun worden. Hier is dat anders: de wierookbasis is precies wat deze versie onderscheidt van de bekendere eau de toilette. Die noten trekken de frisheid naar een warmer, mysterieuzer register, zodat er na de heldere opening een donkerder, houtachtig spoor overblijft in plaats van alleen zeelucht.
De geurfamilie is aromatisch fougère, gecomponeerd door parfumeur Alberto Morillas.